Neem jongeren op
in de prestatieafspraken.

Jongerendakloosheid:
met preventie maakt u het verschil  
Jongeren (16-27 jaar) die het zonder steun van hun ouders moeten zien te redden, vallen tussen wal en schip. Dat is stuitend in een welvarend land als Nederland. Intuïtief weten we allemaal dat preventie van jongerendakloosheid de beste oplossing is. Preventie begint bij financiële bestaanszekerheid en woonruimte voor alle jongvolwassenen.


U kunt het verschil maken. Neem preventie van jongerendakloosheid op in de gemeentelijke prestatieafspraken.

Pauzestand
Als jongeren dakloos zijn, staat alles stil. Ze zijn alleen nog gericht op een woonplek vinden. Ze staan in een ‘pauzestand’. Zonder woonplek of vast adres kun je belangrijke zaken niet regelen. Zoals een zorgverzekering, toeslagen, een bankrekening, je inschrijven voor school of opleiding, werk. Daar komt bij dat jongeren zonder vast inkomen vaak schulden maken; kosten voor levensonderhoud lopen door.

Veel stress en kosten
Dakloos zijn levert jongeren veel stress op, en gemeenten veel kosten. Zo loopt bijvoorbeeld een plek in de maatschappelijke opvang op tot wel 40.000 euro per jaar. Bovendien blijft het leven van jongeren in de opvang in de ‘pauzestand’ staan, terwijl het juist belangrijk is dat ze aan hun toekomst werken.

Wonen = werken aan je toekomst
Wonen is meer dan alleen een dak boven je hoofd. Voor dakloze jongeren betekent wonen een veilige plek waar ze tot rust kunnen komen, de switch kunnen maken van overleven naar leven en waar ze kunnen denken en werken aan hun toekomst: school, werk en relaties.

Starters op vele gebieden
Jongeren zijn op alle gebieden starters. Ze hebben nog geen woonduur en wooncarrière opgebouwd, en moeten nog leren zelfstandig te wonen en leven. Vallen en opstaan hoort daarbij, en iemand die je daarbij ondersteunt. De omslag van opvang naar wonen is essentieel. En misschien nog wel belangrijker is voorkómen dat jongeren in de opvang terecht komen.

Gemeenten, woningcorporaties en zorgpartijen kunnen er gezamenlijk voor zorgen dat jongeren niet langer dan nodig dakloos zijn. Hoe? Door jongeren aan een vaste, veilige en betaalbare woonplek te helpen. Alleen dan kunnen ze aan een zelfstandige toekomst werken.

De prestatieafspraken zijn dé kans om het beleid voor jongerendakloosheid in uw gemeente te verbeteren, en daarmee de situatie van kwetsbare en dakloze jongeren. Stichting Zwerfjongeren Nederland (SZN) heeft zes adviezen voor duurzaam gemeentelijk beleid dat beter is afgestemd op wat dak- en thuisloze jongeren echt nodig hebben. Zo kunnen we met z’n allen deze kwetsbare groep de kansen bieden die hun leeftijdgenoten mét steun van hun ouders als vanzelfsprekend hebben.


Wees als een ‘goede ouder’ en geef thuis aan jongeren.

 

This image has an empty alt attribute; its file name is Gemeente-GGH-2-1024x1024.png

6 Adviezen van Stichting
Zwerfjongeren Nederland


1. Maak prestatieafspraken op basis van de gemeentelijke gegevens van jongeren in jeugdzorg (en maatschappelijke opvang).
Door jongeren direct een betaalbare woonplek te bieden, kunnen woningcorporaties samen met gemeenten voorkomen dat jongeren (langdurig) in dure en onwenselijke maatschappelijke opvang verblijven.

2. Betrek ook zorgpartijen én de afdeling Werk & Inkomen bij het maken van prestatieafspraken.
Zo wordt snel duidelijk hoeveel betaalbare woonplekken nodig zijn en hoe de partijen rekening kunnen houden met wat jongeren nodig hebben.

3. Spreek met woningcoöperaties af dat het contract van een aantal woningen op naam komt van een zorgorganisatie.
Zo kunnen twee à drie jongeren een woning delen en daardoor betaalbaar wonen, met begeleiding.

4. Compenseer woningcoöperaties die huurkorting geven aan jongeren die dat nodig hebben.
Nu komen de kosten van huurkorting voor rekening van woningcoöperaties. In de prestatieafspraken zijn nadere afspraken te maken over een (gedeeltelijke) compensatie door de gemeente.

5. Stel als beleidsrichtlijn dat jongeren niet meer dan eenderde van hun inkomen kwijt zijn aan huur.
Laat de huur meegroeien met de hoogte van het inkomen. Dit voorkomt dat jongeren al op jonge leeftijd (huur)schulden opbouwen (met een groot risico op dakloosheid). Dit kan bijvoorbeeld door huurkorting en/of een deel van de huur te betalen vanuit de WMO. Dit is nodig omdat ze starters zijn, geen woonduur hebben opgebouwd en geen wooncarrière hebben. Daarnaast is vaak begeleiding bij praktische zaken en woonvaardigheden nodig, kan er sprake zijn van een laag en wisselend inkomen en hebben de jongeren te maken met verschillende leeftijdsgrenzen in wet- en regelgeving.

6. Regel voor zogenaamde economisch dakloze jongeren voldoende flexwoningen als overbruggingsmaatregel.
Economisch dakloze jongeren hebben als enig probleem geen dak boven het hoofd. Vaak werken ze wel of volgen ze onderwijs, en zijn ze meer zelfredzaam. Door gebrek aan een eigen vaste plek (dakloosheid) kunnen problemen zich wel onnodig opstapelen. Flexwoningen (mét perspectief op een vervolgwoonplek) kunnen erger voorkomen. Zie voor inspiratie het project ‘Huishonger’, dat gemeenten helpt om braakliggende grond in te zetten in de strijd tegen dakloosheid.

U kunt het verschil maken.
Niet alleen voor de huidige 12.600 dakloze jongeren (en al is het er maar één). U kunt ook het verschil maken voor alle jongeren die niet dakloos worden. Dankzij uw inspanningen.